Menu

door Erik Vroons

Het is inmiddels een traditie: het DDK 'live magazine' tijdens de openingsweek van BredaPhoto, in het prachtige decor van het Chassé theater. Een mooie aanleiding voor de 'masters of ceremony', Marc Prüst en Sterre Sprengers, om aantal exposanten aan de tand te voelen over het thema van hét festival voor eigentijdse internationale fotografie in Nederland: Infinity & Beyond.

De Donkere Kamer is al ruim zeven jaar een begrip in het landschap van de Nederlandse fotografie maar deze avond moet het vaste onderdeel – de crowdfunding 'pitch', daarover later meer – toch nog even aan dit publiek worden uitgelegd. Het is dan ook een uitzonderlijke aflevering van DDK, dat in de context van BredaPhoto een bovengemiddeld aantal buitenlandse gasten heeft (zowel op het podium als ook in de zaal) en om die reden worden de gesprekken in het Engels gevoerd.

Jan Dirk van der Burg wordt geïntroduceerd als de nieuwe Fotograaf des Vaderlands, de ere titel die hij sinds de opening van het festival (een dag eerder) mag dragen en ook verwacht wordt prominent uit te dragen. Jan Dirk zelf was daar eigenlijk al bijna een jaar geleden van op de hoogte gebracht en vandaar ook dat hij nu al een nieuwe serie kan presenteren die daar betrekking op heeft. De reactie vanuit de zaal op zijn typische beeldtaal en benadering van de fotografie – vaak humoristisch maar altijd met een serieuze fascinatie voor zijn onderwerpen – zal hem hebben gesteund. Dat wil zeggen, ook bij de buitenlandse gasten die niet per se bekend zijn met het werk van Jan Dirk, noch de 'Hollandse' thema's waar het aan raakt, wist hij met zijn nuchtere antwoorden en 'deadpan' beelden een blik van erkenning te ontlokken – blijkens de lach salvo's vanuit de zaal.

Brengt de wetenschap louter vooruitgang? Of openen we een doos van Pandora vol met nare verrassingen? Voor de Deense fotografen Sara, Peter en Tobias is in het voormalig Bredaas Museum een prominente plek vrij gemaakt waarin zij hun project presenteren dat raakt aan dit dilemma. Op BredaPhoto tonen ze ‘The Merge, scenes from a simulated reality’, een futuristisch scenario dat aanzet tot een breder debat over kunstmatige intelligentie en robots.

In een interview met Marc Prüst gaan Sara Brincher Galbiati en Peter Helles Eriksen (Tobias Selnaes Markussen is er vanavond niet bij) beurtelings in op vragen die betrekking hebben op de zogenaamde 'simulatie theorie', waarbij de mogelijkheid dat we momenteel in een illusoire wereld leven niet kan worden uitgesloten. Tijdens het gesprek wordt al snel duidelijk dat Sara en Peter volkomen op elkaar ingespeeld zijn en ze leggen uit dat dit ook geldt voor de wijze waarop ze opereren als collectief. 'Auteurschap' wordt doorgaans toegeschreven aan een specifiek individu maar de werkwijze van Sara, Peter en Tobias is een mix van gemeenschappelijke activiteiten en uitwisseling van gedachten, dat vervolgens uitgroeid tot een 'gesamtkuntswerk'.

Het resultaat – de expo zoals te zien op Breda Photo – is dan ook een echte 'merge' van het werk van deze drie fotografen, tentoongesteld middels een verscheidenheid aan afdruktechnieken – en formaten. Terecht merkt Marc Prüst daarover op dat The Merge daarmee balanceert in een grijze zone tussen kunst en journalistiek. Daarin staat dit collectief uiteraard niet alleen: er is een heuse trend gaande waarin steeds meer (vooral jonge) fotografen experimenteren met creatieve presentaties van hun journalistieke bevindingen. Om dit laatste te benadrukken hebben Sara, Peter en Tobias er daarom ook voor gekozen om de vaak mysterieuze beelden met uitgebreide onderschriften te ondersteunen, die verdere uitleg geven aan het onderzoek.

Op het programma staat ook een 'live stream' met het Research Lab gepland. In eerste instantie zijn er wat technische problemen bij de verbinding (een wetmatigheid bij dit soort dingen lijkt het wel) maar vervolgens steelt de jonge verslaggeefster de harten van het publiek bij haar enthousiaste rondleiding langs een selectie van experimentele groepsprojecten die in de eerste 48 uur van het festival op poten wordt gezet door studenten van de St. Joost Academie. Daaruit blijkt maar weer eens dat studenten 'fotografie' zich steeds meer toeleggen op het verkennen van verschillende (audio)visuele media.

Het moge inmiddels duidelijk zijn: de hedendaagse fotografie gaat voorbij het oneindige qua mogelijkheden. Dat gegeven wordt nog eens extra onderstreept door Jonas van de Haegen, een Vlaams talent die in een multimediaal manifest inzicht geeft in de hedendaagse beeldcultuur, -productie en -consumptie van zijn generatie. Deze 'millenials' hebben moeite om zich te concentreren en zijn ook lichtelijk narcistisch van aard, wat ook niet zo verwonderlijk is gezien het overweldigende aanbod op sociale media als YouTube, Instagram en Facebook. De wereld draait om delen en gedeeld worden, meedoen is belangrijk maar als buitenstaanders heb je meer status. Voor de 'millenial' is de wereld als vanzelfsprekend paradoxaal zo wordt duidelijk uit Jonas Haegen's audiovisuele collage 'Fuck My Life'.

BredaPhoto heeft voor deze editie van het festival drie gastcuratoren aangesteld: Yumi Goto (Japan), Azu Nwagbogo (Nigeria) en Mohamed Somji (Dubai). Zij namen een deel van de exposities van het festival voor hun rekening door een selectie werken van getalenteerde fotografen uit hun regio te cureren. BredaPhoto hecht namelijk aan een zo breed mogelijk uitgedragen spectrum van de fotografie, zowel artistiek als geografisch. Mohamed wordt daarover bevraagd op het podium, waarbij hij ook uitleg geeft over de situatie in het Midden Oosten; hoe kunstenaars daar omgaan met de politieke situatie en censuur, maar er wordt ingegaan op de initiatieven die hij onderneemt om de lokale fotografie gemeenschap toegang te verlenen tot het internationale werkveld en visa versa.

Om dit laatste nader te illustreren is er ook een vraaggesprek met Laura El Tantawi. Hoewel gedurende geruime tijd woonachtig in Londen (na een studie in de Verenigde Staten) heeft ze ontegenzeggelijk haar wortels in Egypte, zo verteld ze in het interview met Sterre Sprengers. Het werk waarmee El Tantawi internationaal doorbrak – rijk aan kleur, dynamiek, en emotionele expressie – heeft betrekking op de 'Arabische Lente' die zich in 2011 in haar geboorteland voltrok. Meer recentelijk werkte ze aan een project over kleinschalige landbouw in India. Door de hoge werkdruk aldaar is er sprake van een uitzonderlijk hoog aantal boeren dat zichzelf van het leven beroofd.

Na de pauze spreekt Joke de Wolf zich in haar gesproken column uit voor het behoud van originele afmetingen van afdrukken (Joke vraagt zich af waarom er een kennelijke neiging onder festival – en museumdirecteuren bestaat om beelden te willen opblazen tot billboard formaat) en aan het einde van het programma wordt de uitslag bekend gemaakt van de 'pitch':

Pitch #1: Marc Elisabeth (die zich op zijn eigen 'home page' presenteert als een 'male mammal from planet Earth', waarvan akte) vraagt om geldelijke steun voor zijn ironische kijk op het leven en aanverwante registraties – vaak in relatie met het algehele menselijke falen in het streven naar perfectie.

Pitch#2: Isa de Jong liep stage bij de vermaarde Magnum-fotograaf Jim Goldberg en hij moedigde Isa aan om haar tekening talent te combineren met haar fotografie. Het project waar ze steun voor zoekt is documentair van aard maar innovatief in vorm: drieluiken die als geheel meer zeggen dan de onafhankelijk onderdelen (twee foto's + 1 tekening waarin ze die beelden op subjectieve wijze samentrekt). Isa zou dit alles graag uitgeven als een boek.

Pitch#3: Marianne Ingleby studeerde afgelopen jaar af aan de Foto Academie Amsterdam met 'Operation Detachment': een zoektocht naar de geschiedenis van haar opa, die als fotograaf actief was in het Amerikaanse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was onder andere gestationeerd op Iwo Jima en legde daar de gruwelijkheden van het militaire conflict vast – waarvan het leed niet alleen betrekking had op de soldaten maar ook de plaatselijke bevolking. Marianne reisde af naar Okinawa om met oorlogslachtoffers in aanraking te komen, en zo kwam ze er gaande weg achter dat zij en de nabestaanden aldaar meer met elkaar gemeen hebben dan ze vooraf kon vermoeden.